Je hebt een aantal jaar met veel plezier gewerkt in een uitdagende functie. Toch ben je nu wel aan iets nieuws toe. Kortom, je hebt besloten ontslag te geven. Hier lees je alles wat je moet weten over de opzegtermijn. Ook als het initiatief om de arbeidsovereenkomst te beëindigen door de werkgever wordt genomen.

 

Opzegtermijn berekenen bij ontslag door werkgever

De manier waarop de opzegtermijn berekend wordt – of je nu zelf ontslag geeft of het ontslag wordt aangezegd door je werkgever – hangt af van de ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst. Voor  arbeidsovereenkomsten die zijn ingegaan na 1 januari 2014, geldt de nieuwe regeling. Indien de  werknemer vóór 1 januari 2014 in dienst is getreden, geldt een overgangsregeling, opgebouwd uit twee delen.

Het eerste deel gaat over de berekening van de opzegtermijn over de periode vóór 1 januari 2014. Wel wordt hier nog onderscheid gemaakt tussen arbeiders en bedienden.

 

Arbeiders 

Voor arbeiders, waarvan de arbeidsovereenkomst van start ging vóór 1 januari 2012, is in de meeste gevallen de collectieve arbeidsovereenkomst, nummer 75 van toepassing. De opzegtermijn wordt hierin vastgesteld op basis van de anciënniteit van de arbeidsovereenkomst:

Anciënniteit  Opzegtermijn
Tussen 6 maanden en 5 jaar 35 dagen
Tussen 5 en 10 jaar 42 dagen
Tussen 10 en 15 jaar 56 dagen
Tussen 15 en 20 jaar 84 dagen
Meer dan 20 jaar 112 dagen

Wanneer deze cao niet van toepassing is, gelden doorgaans de wettelijk bepaalde opzegtermijnen:

Anciënniteit Opzegtermijn
Minder dan 20 jaar 28 dagen
Meer dan 20 jaar 56 dagen

 

Bedienden

Voor bedienden hangt de duur van de opzegtermijn niet alleen af van de anciënniteit van het dienstverband, maar ook van de bezoldiging:

  • Opzegtermijn van drie maanden per begonnen periode van vijf jaar anciënniteit bij een bruto jaarsalaris tot €32.254,-
  • Opzegtermijn van een maand per begonnen jaar anciënniteit (met een minimum van 3 maanden) bij een bruto jaarsalaris vanaf € 32.254,-

In het tweede deel wordt berekend hoeveel weken opzegtermijn van toepassing zijn over de periode ná 1 januari 2014. Op grond van het ingevoerde eenheidsstatuut, zijn de opzegtermijnen in de nieuwe regeling voortaan gelijk voor arbeiders en bedienden. Ze worden vermeld in de tweede kolom van het overzicht hieronder.

 

Opzegtermijn bij ontslag geven door werknemer

Anciënniteit  Door werkgever Door werknemer
Tussen 0 tot 12 maanden  1 tot 7 weken 1 tot 3 weken
Tussen 1 tot 5 jaar 8 tot 15 weken 4 tot 7 weken
Tussen 5 tot 10 jaar 18 tot 30 weken 9 tot 13 weken
Tussen 10 tot 15 jaar 33 tot 45 weken 13 weken
Tussen 15 tot 20 jaar 48 tot 60 weken 13 weken
Vanaf 21 jaar + 1 week per begonnen dienstjaar 13 weken

 

Start opzegtermijn

Wanneer je ontslag hebt genomen, start je opzeggingstermijn op de maandag die volgt op de week waarin de opzegging wordt meegedeeld. Dus bijvoorbeeld een werknemer die eigenhandig zijn ontslag overhandigt aan zijn werkgever op de woensdag van de 7e week van het jaar, start zijn opzegtermijn op de maandag van de 8e week van het jaar.

 

Opzeggingsvergoeding

Indien de arbeidsovereenkomst door een van beide partijen (werkgever of werknemer) wordt verbroken zonder dringende reden, of zonder rekening te houden met de toepasselijke opzegtermijn, is zij aan de andere partij een opzeggingsvergoeding verschuldigd.

Als gespecialiseerd wervings- en selectiebureau ondersteunt VanAnaarBeter bedrijven en werkzoekenden in hun speurtocht naar de ideale kandidaat of uitdagende functie. Neem contact op met ons en we vertellen je alles over onze persoonlijke aanpak en werkwijze.